| Hoe gaat het? |
|
| |
| Eerst naar de dokter |
|
|
 |
|
Voordat u bij ons komt bent u bij de arts geweest. Uw arts wil dat u antistollingsmedicijnen gaat gebruiken en meldt u aan bij de trombosedienst. Voor aanmelden bij de trombosedienst krijgt u het aanmeldingsformulier. Soms wordt dit formulier door uw arts ook rechtstreeks verstuurd naar de trombosedienst. |
Bent u voor het eerst? |
|
|
 |
|
U gaat naar de balie van de trombosedienst (routenummer 11, eerste etage van bouwdeel L). Een medewerkster van de trombosedienst zal u ontvangen en u verder informeren. |
Afname van bloed |
|
|
 |
|
U kunt terecht op het afnamelaboratorium van het St anna Ziekenhuis (routenummer 06) of op een van de buitenpoli’s.
Voor tijden en locatie klik hier.
Neem steeds de gele vragenlijst met het barcode-etiket mee!
In het geval dat u ook moet worden geprikt voor andere onderzoeken dan kunnen wij dit voor u combineren. |
Op het afnamelaboratorium |
|
|
 |
|
U kunt u melden aan de balie (routenummer 06). Geef aan de laborante door dat u komt voor controle van de trombosedienst. U ontvangt een nummer voor het wachten. De laborante zal uw gegevens controleren en deze samen met de aangevraagde testen in de computer verwerken. |
Wachtkamer |
|
|
 |
|
u kunt ondertussen plaats nemen in de wachtkamer. U bent aan de beurt als uw nummer op het elektronisch nummerbord verschijnt. Een laborante ontvangt u bij het binnenkomen op het afnamelaboratorium |
Prikken |
|
|
 |
|
De laborante geeft u aan waar u kunt plaatsnemen voor de bloedafname. Houd uw vragenlijst vast bij de hand. Uw naam en geboortedatum worden nogmaals gevraagd. Dit doen wij om 100% zeker te zijn dat u het bent. De laborante neemt het juiste buisje bij u af. Na het prikken moet u stevig het gaasje op het wondje drukken. Vanwege de antistollingsmedicijnen kan het even duren voordat het wondje is gedicht. |
Buisje naar het laboratorium
|
|
|
 |
|
Na de bloedafname worden de buisjes naar het laboratorium gestuurd. Het buisje heeft een sticker met uw gegevens en een barcode zodat er geen verwisseling kan plaatsvinden. |
|
Onderzoek op het laboratorium |
|
|
|
 |
|
Na de bloedafname worden de buisjes naar het laboratorium gestuurd. Het buisje heeft een sticker met uw gegevens en een barcode zodat er geen verwisseling kan plaatsvinden. |
|
Maken doseringskalender |
|
|
|
 |
|
Aan de hand van uw bloeduitslag en uw medische gegevens wordt een nieuw doseringsschema gemaakt. |
|
Beoordeeld door arts |
|
|
|
 |
|
Elk nieuw doseringsschema wordt besproken met de arts van de trombosedienst. Hij gaat na of het nieuwe schema bij u past en geeft zijn goedkeuring. |
|
Versturen doseringsschema |
|
|
|
 |
|
Het nieuwe schema wordt per post verstuurd en ligt de volgende dag bij u in de brievenbus. |
|
| Terug naar begin pagina |
|