Trombosedienst
St. Anna Ziekenhuis, Geldrop

 
CCKL geaccrediteerd Federatie van Nederlandse Trombosediensten
   
  Home | Bereikbaarheid | Organisatie | Ziekenhuis | Laboratorium | Contact
   
Antistollingmiddelen  
 

Welke zijn er?

In Nederland worden de volgende antistollingsmedicijnen gebruikt:

 

Acenocoumarol of fenprocoumon (Marcoumar)
Dit zijn cumarines of cumarinederivaten en ze worden gegeven als de antistollingsbehandeling voor langere tijd nodig is.

 

Laagmoleculair gewicht heparine (LMWH) of soortgelijke medicijnen. Deze worden met een injectie in de huid toegediend om diep veneuze trombose te voorkomen.

 

Aspirine en soortgelijke medicijnen
Aspirine vermindert de werking van de bloedplaatjes. Controle door de trombosedienst is bij deze medicijnen niet nodig.

Hoe werken acenocoumarol en fenprocoumon (Marcoumar)
Voor het stollen van bloed zijn stollingsfactoren nodig. Bijna alle stollingsfactoren worden gemaakt in de lever. Voor 4 stollingsfactoren ( II, VII, IX en X) is voor de aanmaak vitamine K nodig. Vitamine K neem je op door het eten van groenten en melkproducten, maar ook de normale bacteriën in onze darmen zorgen voor aanmaak van vitamine K.
Acenoucoumarol en fenprocoumon werken vitamine K tegen, waardoor er minder goed functionerende stollingsfactoren worden gemaakt en bloedstolling dus minder snel kan plaatsvinden.
De hoeveelheid vitamine K in ons lichaam is niet altijd gelijk. Gevarieerd eten en bijvoorbeeld  het gebruik van antibiotica zijn de belangrijkste redenen. De schommelende hoeveelheid vitamine k in ons lichaam heeft gevolgen voor de mate van stolling. Dit kan de reden zijn waarom de ene keer meer tabletjes moet worden genomen dan de andere keer. Een regelmatige controle is dus noodzakelijk.

Cumarines verschillen in de snelheid waarmee de lever deze stoffen afbreekt. Daardoor bestaan er kortwerkende en langwerkende cumarines. Acenocoumarol heeft een korte werkingsduur en fenprocoumon een lange werkingsduur.
Als iemand acenoucoumarol gebruikt dan is de volgende dag  voor de volgende dosis wordt genomen, al weer veel van de acenocoumarol uit het lichaam en neemt het effect af.
Hierdoor is er bij acenoucoumarol meer kans op schommelingen van de INR.
Fenprocoumon blijft langer in het lichaam waardoor de bloedspiegel in de loop van de dag minder verandert.
Uw arts kiest voor uw situatie het antistollingsmedicijn dat het beste bij u past.

Vitamine K kan worden gebruikt ter correctie van de bloedspiegel (INR) als deze te hoog is. Ook kan de vitamine K worden gebruikt om de antistolling te corrigeren voor een onderzoek of voor een operatie. Vitamine K druppels werken niet direct maar pas na een aantal uren.

Hoe werkt laag moleculair gewicht heparine (LMWH)
Laag moleculair gewicht heparines (LMWH) zijn mengsels van kortere suikerketens dan klassiek heparine. De werking van LWMH berust op het remmen van stollingsfactor Xa.
Door de kortere suikerketens wordt minder verloren door het kleven aan de vaatwand of aan het kleven aan eiwitten in het bloed. De werking is daardoor meer voorspelbaar en daarom is het mogelijk een vaste dosis op basis van het lichaamsgewicht te geven.
LMWH  worden veel gebruikt bij de behandeling van diep veneuze trombose, bij instabiele angina pectoris (pijn op de borst) en met name ter voorkoming van trombose na een operatie of poliklinische ingreep.

Leven met antistollingsmedicijnen

Alcohol

Gematigd alcohol gebruik (1 tot 2 glazen per dag) is geen probleem. Te veel alcohol kan de lever beschadigen en omdat in de lever stollingsfactoren worden gemaakt kan dit gevolgen hebben voor de antistolling. Te veel alcohol kan het slijmvlies van de slokdarm en van de maag beschadigen met een verhoogd risico op bloedingen.
Ons advies: gebruik alcohol met mate en pas indien nodig de levensstijl aan.

Anticonceptie

Het gebruik van de anticonceptiepil verhoogt, afhankelijk van de pilsoort, de kans op trombose. Wanneer er sprake is van risicofactoren of als er een voorgeschiedenis is met trombose en er is de wens om met  de anticonceptiepil te beginnen is het verstandig dit eerst met de huisarts of specialist te overleggen. Krijgt u trombose direct na het starten van de pil dan zal de arts u aanraden om te stoppen met de pil.
Bloeding

Een nadeling effect van antistollingsmedcijnen is dat de kans op bloedingen toeneemt.  Het is belangrijk dat u uw lichaam controleert en veranderingen doorgeeft aan de trombosedienst.

Waar op letten?
vaak of langdurige bloedneus
vaak bloeding van mondslijmvliezen
grote blauwe plekken zonder dat u weet hoe deze zijn ontstaan
bloedbijmenging in de urine, bruine urine
bloedbijmenging in de ontlasting, zwarte ontlasting

In het geval van een ernstige bloeding moet u direct contact opnemen met de huisarts of specialist. Onder ernstige bloedingen verstaan we: braken of ophoesten van bloed, een bloeding in spier of gewricht, een bloeding in het hoofd (uitval, verlammingsverschijnselen of spraakstoornis). Gelukkig komt dit niet vaak voor.

Borstvoeding

Antistollingsmedicijnen kunnen worden uitgescheiden in de moedermelk. Het kindje kan dan extra vitamine K krijgen.

Duiken

Duiken en diepzeeduiken is niet toegestaan. Vanwege de waterdruk heeft u al op 3 meter diepte een verhoogde kans op oog- en oorbloedingen.

Inspanning

Inspanning, sport is normaal gesproken geen probleem. In sommige gevallen bijvoorbeeld van normaal weinig inspanning en dan ineens zware lichamelijke inspanning kan dit effect hebben op de aanmaak van stollingsfactoren en dus de INR.

Medicijnen

Er zijn veel medicijnen die de werking van antistollingsmedicijnen beinvloeden.
Sommige medicijnen versterken het effect van de antistollingsmedicijnen en ander verzwakken het effect. Het versterken of verzwakken van de werking is ook niet bij iedereen gelijk.
Het is belangrijk dat u nooit op eigen initiatief medicijnen neemt. Dus ook geen vitaminepreparaten, laxeermiddelen of pijnstillers. Wilt u een pijnstiller of iets tegen de koorts nemen gebruik dan paracetamol. Indien u andere medicijnen gaat gebruiken vragen wij u dit te melden aan de trombosedienst. Ook als u stopt met medicijnen. Dit kan immers het omgekeerde effect hebben.

Menstruatie Door het gebruik van antistollingsmedijnen kan de menstruatie heviger worden.
Operatie, onderzoek Bij een operatie of bij een onderzoek waarbij een stukje weefsel wordt weggenomen kunnen hevige ongewenste bloedingen ontstaan. Om dit te voorkomen is het belangrijk dat u een geplande operatie of onderzoek doorgeeft aan de trombosedienst. Het doseringsschema kan dan tijdig worden aangepast.
Reizen

Niet alleen bij vliegen maar ook ook lange auto- en busreizen kunnen een belemmering van de bloedstroom veroorzaken. Daardoor is er een verhoogde kans op trombose.

Ons advies: bewegen, vooral de benen.
  geen strakke kleding, schoenen uit.
  veel water drinken, geen alcohol.
Sauna

Saunabezoek wordt in de eerste 2 maanden na een trombose afgeraden. Verder zijn er geen schadelijke effecten bekend van saunabezoek.

Sport Inspanning, sport is normaal gesproken geen probleem. Sporten waarbij de kans op verwonding aanwezig is, verhogen de kans op het oplopen van ernstige bloedingscomplicaties.  Denk goed na over de risico’s voor dat u dergelijke sporten gaat beoefenen.
Stress

Bij stress is het mogelijk dat de INR stijgt.

Tandarts

Voor het boren en het vullen van een gaatje is er geen probleem. Bij het trekken van een kies of een tand of bij het verwijderen van tandsteen kunnen er hevige bloedingen ontstaan. Geeft u op tijd aan de trombosedienst door dat u naar de tandarts moet zodat het doseringsschema kan worden aangepast.

Vaccinatie Injecties in de ader of onder de huid zijn geen probleem. Een injectie in de spieren kan een bloeding veroorzaken. Indien een vaccinatie noodzakelijk is die alleen in de spier kan worden toegediend moet mogelijk de antistolling tijdelijk worden aangepast. Neemt u hierover contact op met de trombosedienst.
Vakantie

Op vakantie kunnen het weer, het eten en de activiteiten die u onderneemt anders zijn dan thuis. Dit kan gevolgen hebben voor de antistolling.
Het is belangrijk dat u de trombosedienst op tijd informeert over uw vakantieplannen. Controles worden eventueel aangepast en mogelijk is een controle op uw vakantieadres te voorkomen.
Neem altijd uw doseerkalender mee op vakantie en vraag naar een vakantiebrief. Met deze brief kan een buitenlandse arts u helpen bij eventuele controle of problemen.
Houd rekening met tijdverschillen. Afhankelijk van het tijdverschil en de tijd dat u op vakantie gaat, kunt u de Nederlandse tijd voor inname aanhouden.Heeft u een langdurig verblijf  boven 3000 meter dan kan uw INR hoger worden. Extra controle is dan wenselijk.
Blijft u in Nederland dan kunt u als het nodig is uw INR bij alle Nederlandse trombosediensten laten controleren. Op de website www.fnt.nl kunt u het adres en telefoonnummer vinden van de trombosedienst in de buurt van uw vakantieadres.
De meeste ziekenhuizen in het buitenland kunnen uw INR bepalen. Stelt u zich op de hoogte van adressen van ziekenhuizen in de nabijheid van uw vakantieadres. Een aantal adressen in Europa is te vinden op de website www.fnt.nl

Vliegen

Het langdurig stilzitten in een krappe stoel kan leiden tot een belemmering van de bloedstroom en daardoor een verhoogde kans op trombose.
De lage luchtdruk en de lage luchtvochtigheid kunnen de stolbaarheid van het bloed doen toenemen.

Ons advies: meer bewegen aan boord, vooral de benen.
  geen strakke kleding, schoenen uit.
  veel water drinken, geen alcohol of koffie.
 

Verdeel de antistollingsmedicijnen over uw handbagage en uw koffer.


Patiënten met een duidelijk verhoogd tromboserisico moeten contact opnemen met de trombosedienst.

Voeding

Voor de aanmaak van stollingsfactoren is vitamine K nodig. Het ene voedingsmiddel bevat meer vitamine K dan het andere. Gevarieerd eten is daarom belangrijk.
Voedingsmiddelen die veel vitamine K bevatten zijn o.a. : koolsoorten, spinazie, sojabonen, lever, bananen, perziken en melk.
Voedingsmiddelen die weinig vitamine K bevatten zijn o.a.: aardappelen, tomaten, komkommer, appelen en sinaasappelen.
Vitamine K is een vitamine dat oplosbaar is in vetten. De opname van vitamine K in de darmen is afhankelijk van de hoeveelheid vetten die aanwezig zijn. Een vetvrij of vetarm dieet zal dus invloed hebben op de antistolling.
Ons advies: eet gezond en gevarieerd.

           
Wondje De meeste wondjes met oppervlakkige beschadiging van de huid bloeden niet ernstig. U kunt de bloeding stoppen door een steriel gaasje op de wond te drukken of met een pleister. Neem bij grote wonden contact op met uw huisarts of het ziekenhuis.
Ziek

Koorts, diarree en braken kunnen de antistolling beïnvloeden en schommelingen van de INR geven. Het is belangrijk dit bij de trombosedienst te melden.
Het kan verstandig zijn in bovenstaande gevallen de INR extra te (laten) controleren.
Ook ziektes van de lever en hartfalen beïnvloeden de antistolling.

Zon Voor trombose zelf is er geen bezwaar tegen zonnebaden. Het kan wel zijn dat uw indicatie waarvoor u in de trombosedienst zit langdurig zonnebaden niet toestaat. Dit kunt u navragen bij uw behandelend specialist.

Zwangerschap

Antistollingsmiddelen kunnen via de navelstreng van de moeder het kindje bereiken. Ze kunnen dan m.n. gedurende de eerste drie maanden aangeboren afwijkingen veroorzaken. Na 3 maanden wordt het risico op het verkrijgen van aangeboren afwijkingen kleiner. Laag moleculair gewicht heparine (LMWH) kan het kindje niet via de navelstreng bereiken en kan dus tijdens de zwangerschap worden gebruikt.
Heeft u een zwangerschapswens neem dan contact op met uw huisarts en de trombosedienst zodat beoordeeld kan worden wat het beste voor u past.

Terug naar begin pagina